Je bent hier :

080612 - Zelfmoord

Auteur van ‘de last van het leven’ Bart Demyttenaere verloor broer Luk 17 jaar geleden na zelfmoord

Eenzaamheid grote boosdoener

BartDemyttenaereZelfmoord. Het woord alleen slaat in als een bliksem, knal in het hart van de samenleving. Maar zelfmoord is taboe. Daarover spreken we niet. “En toch,” zegt Bart Demyttenaere, “zolang mensen hun problemen, verdriet en rouw niet kunnen uitspreken, vallen er nog meer slachtoffers.” Bart verloor zijn broer Luk door zelfdoding, 17 jaar geleden. Hij kon daar toen zelf niks aan doen. Maar hij is er wel van overtuigd dat veel mensen die met zelfmoordgedachten rondlopen, te redden zijn. Hoe? “Het is belangrijk dat we bij anderen terecht kunnen. Dat we een netwerk hebben,” zegt hij. En meteen verwijst hij naar de stad of gemeente. “Het beleid kan veel doen. Ik vind het ambt van politicus een zeer eerbaar beroep. Politici kunnen zoeken hoe mensen uit hun eenzaamheid te halen, via bestaande verenigingen. En ze kunnen regisseur of ondersteuner zijn van een betere hulpverlening.”

Op 29 augustus 1994 stapte Luk, de broer van Bart Demyttenaere, uit het leven. Zelf is Bart er twee jaar ziek van geweest. En later nog. “We waren met zes thuis, mijn ouders en vier jongens: ikzelf, Pieter, Kris en Luk. Het is onwaarschijnlijk hoeveel impact de zelfmoord van Luk heeft gehad. Mijn ouders zijn uit elkaar gegaan, hun verdriet heeft hun relatie gebroken. Zelf heb ik gaandeweg Luks dood een plaats proberen geven.”

Maatschappij legt lat te hoog
“Mijn broer was niet te redden, toch niet in onze harde maatschappij. De meeste zelfmoorden zijn nochtans te vermijden. 90% van de zelfmoorden zijn uit de hand gelopen zelfmoordpogingen. Veel daarvan hadden mits degelijke hulp vermeden kunnen worden. Onze maatschappij legt de lat veel te hoog. Het is elk voor zich, en de economie moet draaien. Vroeger was elke vrouw bij KAV (nu Femma). Er waren natuurlijke, gemeenschappelijke vangnetten waar men de problemen detecteerde. Nu is er geen plaats voor mensen die niet meekunnen.”

‘Alleen mijn leerlingen lieten toe mijn verhaal te doen’
“We hebben het ook toch zo moeilijk om onze problemen, verdriet en rouw ter sprake te brengen. Ik had veel vrienden, maar toen mijn broer zelfmoord beging, zei niemand iets. Zelfmoord is een taboe. Ik gaf toen les in het zesde leerjaar. Na drie dagen ging ik terug werken. Ik kwam in de leraarskamer en mijn collega’s stoven uiteen, om toch maar niets te moeten zeggen. Nochtans waren er 12 van de 25 die van heel dichtbij met zelfmoord te maken hadden gehad. Maar ze hadden er nooit over gepraat.”

Rotklas
“Ik had een zogenaamde ‘rotklas’, met één zeer moeilijke jongen: Michael. Hij was al 14 jaar. Het was muisstil toen ik binnenkwam. Michael kwam naar me toe en zei: “Meester Bart, het gaat niet, hé. Ga maar even naar buiten, een sigaret roken, ik houd ze hier wel even stil’. Toen begonnen ze te vragen. Rustig. “Meester, ze hebben ons gezegd dat je broer zelfmoord heeft begaan? Is dat waar? Het was de eerste keer in een week tijd dat ik mijn verhaal kon doen!”

Praat over je gevoelens
“België telt dubbel zoveel zelfmoorden als Nederland. In Nederland laat de overheid de psychologische hulpverlening terugbetalen door het ziekenfonds. Als je hier, na drie maand wachten, bij een psycholoog geraakt, dan betaal je 50 euro voor een gesprek. In West-Vlaanderen zijn er gemiddeld nog meer zelfmoorden. West-Vlamingen zijn binnenvetters. Zij hebben hun trots en ze moeten slagen. ‘Zwijg en doe voort!’ Over gevoelens wordt niet gepraat. Eens op pensioen gaan velen aan zee wonen, waar de eenzaamheid nog groter is. Eenzaamheid is het grootste motief om zelfmoord te begaan. Dat en niet meer meetellen, economisch. Jongeren die zelfmoord plegen, halen vaak de kranten. Maar er zijn evenveel ouderen, tussen 70-80 jaar...”

Kwetsbaar van binnen
“Hoe het tij keren? Er is nood aan een mentaliteitsverandering. Aan leerkrachten die zich kwetsbaar in de klas durven staan. Die gevoelens als angst, ongerustheid bespreken. Jeugdbewegingen en verenigingen als Femma, kwb, OKRA moeten zorgen voor een warme samenleving. Ze verdienen dan ook veel meer subsidies, die hen toelaten in elke buurt aanwezig te zijn en eenzame mensen uit hun isolement te halen.”

Belang van familie, vrienden, verenigingen
“Wie iemand uit zijn omgeving heeft die zelfmoord beging, heeft 10 tot 100 keer meer kans dan gemiddeld, om het zelf ook te doen. Ik had op een bepaald moment ook een zware depressie. Maar ik had geluk: ik heb de beste vrouw ter wereld, drie fantastische kinderen en de beste vrienden.”

Taak voor het gemeentebeleid
“Wat zeg je, als iemand je zegt er uit te willen stappen? Erken het probleem. Zeg: ‘Als ik je goed begrijp, dan denk jij aan de dood’. Eén op de vijf maakt in zijn leven een zware depressie door. Zijn die allemaal abnormaal? Hier rust een taak op de schouders van stad of gemeente. Gemeenschap vormen begint altijd lokaal. Het beleid kan veel doen. Ik vind het ambt van politicus een zeer eerbaar beroep. Politici kunnen de juiste maatregelen treffen om vereenzaming tegen te gaan en het netwerk aan hulpverlening helpen coördineren.”

Taak van een vereniging
“We moeten de samenhorigheid verhogen. Groepen creëren, een groepsgevoel aankweken. De zelfredzaamheid verhogen. Mensen niet bekijken op wie ze ‘maar’ zijn, maar hen appelleren op wat ze goed doen. Ze verenigen, ze optillen. Wie alleen is, opzoeken. De eenzaamheid breken. En professionele hulp aanreiken als dat nodig is.”

Dominique Coopman

Geef smaak aan je gemeente: WELZIJN

“Elk leven telt!”


“Moeilijke vraag,” zeggen veel van onze politici als we hen vragen wat hun stad of gemeente rond zelfmoordpreventie doet? Maar ze schuiven de vraag niet langs de kant, integendeel.

Francis Benoit (Kuurne): “In Kuurne werden we in 2009-2010 geconfronteerd met enkele zelfmoorden van jongeren. Dat was heel confronterend, vooral voor de jongeren zelf. Er over praten bleek uiteindelijk het belangrijkste. Dat hebben we dan ook voluit ondersteund of geactiveerd, via alle mogelijke netwerken.”
Chris Loosvelt (Wevelgem) wil de verenigingen ook steunen, maar tevens extra aandacht voor mensen die daarop niet kunnen terugvallen. Zo moet het (nieuwe) lokale dienstencentrum ontmoetingskansen aanreiken, huisbezoeken bij vereenzaamde ouderen aanmoedigen en de thuiszorg steunen. Geert Breughe uit hetzelfde Wevelgem bepleit het ‘diepgaand communiceren’ en meer overleg met welzijnsdiensten en de geestelijke gezondheidszorg.
Deerlijk (Kaat Olivier) bouwt met steun van de provincie aan het project ‘Zorgzaam Deerlijk’, dit o.m. via een mobiel dienstencentrum waarbij men in alle wijken activiteiten aanbiedt.
Zwevegem (Eline Spincemaille) organiseerde ook een stevige reeks aan activiteiten rond het thema ‘Fit in je hoofd, goed in je vel’ en dit i.s.m. de scholen, de gezins- en seniorenraad,... “Spreken over gevoelens en hulp durven vragen,” was de inzet van heel wat activiteiten.GouverneurCarlDecaluw
Claudine Rogiers (Lendelede): “Bij ons is er het project woonzorgzaam met zowel voor jongeren als ouderen initiatieven tegen vereenzaming. En uiteraard verwijzen we ook door, waar nodig.”
Filip Santy (Kortrijk) tot slot wijst op een nijpend gebrek aan psychiatrische hulp en roept daarom alle betrokkenen op mee te werken aan de hervorming van de geestelijke gezondheidszorg. (D.C)

Provinciegouverneur Carl Decaluwé: “Ik schrik ook van die hoge zelfmoordcijfers in West-Vlaanderen. “waar er psychische problemen moeten we die durven onderkennen en hulp zoeken”.

 

 
Logo ACW copyright ©2010. Alle rechten voorbehouden.